Home Blog Page 2

VEH: Helft geldvertrekkers frustreert energiebesparing

0

VEH: Helft geldvertrekkers frustreert energiebesparing

Amersfoort, 23 juli 2018 – Huizenkopers krijgen bij een kwart van de geldverstrekkers ‘nee’ te horen als ze de wettelijk toegestane 106% willen lenen om hun nieuwe woning energiezuiniger te maken. Een kleine 30% wil hun klanten wel meer lenen voor verduurzaming van hun woning, maar berekenen daarvoor een renteopslag over het hele hypotheekbedrag die kan oplopen tot meer dan een half procent.

Vereniging Eigen Huis roept banken en andere geldverstrekkers op om kopers te helpen bij de verduurzaming van hun nieuwe huis,zonder daarvoor drempels op te werpen. Straffen met een hogere rente hoort daar zeker niet bij. De vereniging schrijft hierover een brief aan minister Ollongren.

Meer lenen mag wel, maar lukt vaak niet

Bij het afsluiten van een hypotheek kan een koper sinds 2013 maximaal 106% van de woningwaarde lenen om zijn nieuwe huis energiezuinig te maken. Vereniging Eigen Huis onderzocht deze mogelijkheid bij 31 geldverstrekkers. Maar liefst acht daarvan doen hier niet aan mee: ING, Aegon, Argenta, Moneyou, Tulp Hypotheken, Van Lanschot, Philips Pensioenfonds en Lloyds Bank. Negen anderen berekenen hun klanten voor deze verduurzamingshypotheek een soms forse meerprijs. “Zo gaat het grootste voordeel van de energiebesparing naar de bank in plaats van naar de klant”, zegt Nico Stolwijk van Vereniging Eigen Huis. Veertien geldverstrekkers laten zien hoe het wel moet: daar kan je wel extra lenen om je nieuwe woning energiezuinig te maken, zonder dat je daarvoor een hogere hypotheekrente betaalt.

SNS hypotheek veel duurder door energiebesparing

Iemand die een woning koopt met een waarde van € 300.000 kan maximaal € 318.000 lenen, mits het extra geld wordt besteedt aan isolatie, zonnepanelen of andere energiebesparende maatregelen. Bij SNS betalen klanten hiervoor de hoogste renteopslag. Deze bank berekent over de gehele hypotheek maar liefst 0,55% bovenop de normale rente, waardoor de jaarlijkse lasten € 1.750 (bruto) stijgen.

Terugverdienen met isoleren

Een huis met een energielabel F komt na dak-, gevel, en vloerisolatie en met HR++ glas in aanmerking voor energielabel B. Deze investering kost ruim € 17.000 voor een gemiddelde tussenwoning. De eigenaar die deze verbeteringen uitvoert zal zijn jaarlijkse energierekening met ruim € 1.300 zien dalen. Maar bij SNS gaat de netto hypotheeklast door de renteopslag ruim € 1.000 omhoog (42% IB). Stolwijk: “De mogelijkheid om het geld dat je in isolatie hebt gestopt terug te verdienen gaat dan in rook op. Je terugverdientijd loopt namelijk op tot meer dan 50 jaar”.

Amsterdamse Space start-up Hiber live dankzij innovatiekrediet RVO

0

Hiber commercieel live met innovatiekrediet van RVO.
Team uitgebreid met Steven Rutgers.

Amsterdam, 23 juli 2018 – De new space start-up Hiber krijgt een Innovatiekrediet van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze financiering zal het mede mogelijk maken om de eerste twee satellieten in de ruimte te krijgen. Tegelijkertijd komt Steven Rutgers het team versterken als VP Business Development. Steven heeft 17 jaar ervaring in de satelliet industrie.

Het krediet
Hiber wordt gefinancierd met €1.8 miljoen innovatiekrediet door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Hiermee maakt RVO het mede mogelijk om de eerste twee satellieten, van het toekomstige Hiber satelliet netwerk, de ruimte in te krijgen. De satellieten zullen na de zomer van 2018 gelanceerd worden.

De lancering
Na de lancering van de eerste satelliet zal het Low Power Global Area Network (LPGAN) van Hiber, ook wel Hiberband genoemd, getest worden door verschillende pilot klanten over de hele wereld. Hiberband zal ervoor zorgen dat het wereldwijd mogelijk is om dingen eenvoudig, met een laag energieverbruik en tegen een lage prijs met het internet te verbinden om data uit te lezen. Zo werkt Hiber vanaf de lancering van de eerste satelliet mee aan het bestrijden van de klimaatverandering, het effectiever laten groeien van gewassen en het tracken van vee.

Uitbreiding van het team
Steven Rutgers komt het team van Hiber versterken als VP Business Development en zal wereldwijd leiding geven aan het Hiber sales team. Steven heeft jarenlange ervaring op het gebied van marketing en sales. Hij heeft meer dan 16 jaar voor Inmarsat gewerkt, waar hij verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van IoT in sectoren zoals landbouw, visserijen, olie en gas.

Einde persbericht

Over Hiber
Hiber is een Amsterdamse start-up die in 2016 is opgericht. Slechts twee jaar oud staat het bedrijf nu al aan de vooravond van de lancering van een eigen satelliet netwerk. Dit netwerk, genaamd the Low Power Global Area Network (LPGAN), zal het wereldwijd mogelijk maken dingen eenvoudig en met een laag energieverbruik met het internet te verbinden. Hiber is hiermee de eerste die het mogelijk maakt dat iedereen, waar dan ook ter wereld, gebruik kan maken van betaalbare en simpele IoT-connectiviteit.
https://hiber.global/

Over RVO – innovatiekrediet
Het Innovatiekrediet richt zich op de ontwikkeling van veelbelovende en uitdagende innovaties met een uitstekend marktperspectief. Het kan daarbij gaan om de technische ontwikkeling van een nieuw product of proces of de klinische ontwikkeling van een medicijn of apparaat. Alle bedrijven, zowel starters als gevestigde bedrijven (groot of klein), kunnen profiteren van het Innovatiekrediet.

Met het Innovatiekrediet wil het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een bijdrage leveren aan de innovatiekracht en een duurzame groei van de Nederlandse economie. De overheid vult met het Innovatiekrediet een gat op de kapitaalmarkt, waarbij innovatieve projecten niet geheel uit eigen middelen of door de markt kunnen worden gefinancierd. In deze fase is er nog geen omzet en zijn ondernemers druk doende om iets werkend te krijgen.
https://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/innovatiek…

BB&T rapporteert recordwinst voor kwartaal van $0,99 per verwaterd aandeel, een stijging met $0,22 of 28,6 procent ten opzichte van het tweede kw

0

WINSTON-SALEM, North Carolina, 20 juli 2018 /PRNewswire/ — BBT Corporation heeft vandaag een recordwinst gerapporteerd voor het tweede kwartaal van 2018. De netto-inkomsten beschikbaar voor gewone aandeelhouders bedroegen $775 miljoen. De winst per verwaterd gewoon aandeel was $0,99 voor het tweede kwartaal van 2018, een stijging ten opzichte van $0,94 in het laatste kwartaal. De resultaten voor het tweede kwartaal leverden een rendement op jaarbasis op gemiddelde activa van 1,49 procent en een rendement op jaarbasis op het gemiddelde eigen vermogen van gewone aandeelhouders van 11,74 procent.

Exclusief fusiegerelateerde kosten en reorganisatiekosten vóór belasting van $24 miljoen ($17 miljoen na belasting), bedroegen de netto-inkomsten beschikbaar voor gewone aandeelhouders $792 miljoen of $1,01 per verwaterd aandeel.

De netto-inkomsten beschikbaar voor gewone aandeelhouders bedroegen $745 miljoen ($0,94 per verwaterd aandeel) voor het eerste kwartaal van 2018 en $631 miljoen ($0,77 per verwaterd aandeel) voor het tweede kwartaal van 2017.

“De sterke omzet, verbeterde groei van leningen en solide kostenbeheersing hebben geresulteerd in een recordwinst voor het kwartaal”, aldus Chairman en Chief Executive Officer Kelly S. King. “We hebben ten opzichte van het vorige kwartaal een overtuigende groei op jaarbasis van 3,5 procent in gemiddelde voor investeringen aangehouden leningen gerealiseerd. Onze winst vóór belasting bedroeg meer dan $1,0 miljard en ook dat is een record en betekent een stijging van 4,7 procent ten opzichte van het tweede kwartaal van vorig jaar.”

“De omzet bedroeg $2,9 miljard, waarbij zowel het netto rente-inkomen als het inkomen niet uit rente afkomstig dicht bij het hoogste niveau ooit uitkwamen. Totale kosten anders dan voor rente voor het kwartaal bedroegen $1,7 miljard, $22 miljoen minder dan in het tweede kwartaal van 2017. Exclusief fusiegerelateerde kosten en reorganisatiekosten waren de kosten anders dan voor rente $36 miljoen minder, en dat is het resultaat van onze progressie in onze optimalisatie-inspanningen”, zei King.

“De kwaliteit van activa blijft uitstekend en is in het tweede kwartaal verder verbeterd. Niet-presterende activa, netto afschrijvingen en leningen 90 dagen of meer achterstallig zijn allemaal minder geworden ten opzichte van al zeer lage niveaus”, zei King.

“We zijn er blij mee dat de Federal Reserve geen bezwaar heeft aangetekend tegen ons kapitaalplan dat voorziet in een toename van $0,03 per aandeel in ons dividend, waarover in de vergadering van de Board of Directors in juli zal worden overlegd, en het terugkopen van aandelen tot een waarde van $1,7 miljard. Een deel van het kapitaal dat was gereserveerd voor het terugkopen van aandelen, is gebruikt voor de overname van Regions Insurance begin juli. Die overname past prima in onze strategie en vergroot ons netwerk van detailhandelsverzekeringen in belangrijke markten voor BBT in het zuidoosten en nieuwere markten in Texas, Louisiana, Arkansas en Indiana”, aldus King.

Hoogtepunten prestaties tweede kwartaal 2018


— Winst per verwaterd gewoon aandeel bedroeg $0,99, een stijging met $0,05
ten opzichte van het eerste kwartaal van 2018

— Exclusief fusiegerelateerde kosten en reorganisatiekosten bedroeg de
winst per verwaterd gewoon aandeel $1,01
— Rendement op gemiddelde activa was 1,49 procent
— Rendement op gemiddeld eigen vermogen van gewone aandeelhouders was
11,74 procent
— Rendement op gemiddeld actief vermogen van gewone aandeelhouders was
19,78 procent

— Belastbare equivalente opbrengsten bedroegen $2,9 miljard, een stijging
van $65 miljoen ten opzichte van het eerste kwartaal van 2018

— De netto-rentemarge bedroeg 3,45 procent, één basispunt hoger dan
in het voorgaande kwartaal
— Het inkomen niet uit rente afkomstig ging met $42 miljoen omhoog,
voornamelijk vanwege hogere verzekeringsinkomsten
— De ratio van de provisie-inkomsten bedroeg 42,5 procent, vergeleken
met 41,9 procent in het voorgaande kwartaal

— Uitgaven anders dan aan rente bedroegen $1,7 miljard, een stijging met
$34 miljoen ten opzichte van het eerste kwartaal van 2018, met name
vanwege uitgaven aan op prestaties gebaseerde premies

— Uitgaven anders dan aan rente waren $22 miljoen lager dan in het
tweede kwartaal van 2017
— GAAP-efficiëntieratio bedroeg 59,7 procent, vergeleken met 60,0
procent in het eerste kwartaal van 2018
— Aangepaste efficiëntieratio bedroeg 57,4 procent, vergeleken met
57,3 procent in het eerste kwartaal van 2018

— Gemiddelde leningen en leases die werden aangehouden voor investeringen,
bedroegen $144,1 miljard, een stijging van $1,2 miljard of 3,5 procent
op jaarbasis ten opzichte van het eerste kwartaal van 2018

— Gemiddelde commerciële en industriële leningen namen toe met $921
miljoen, of 6,3 procent op jaarbasis
— Gemiddelde leningen voor commercieel onroerend goed namen toe met
$148 miljoen, of 2,8 procent op jaarbasis
— Gemiddelde huizenhypotheken namen toe met $448 miljoen, of 6,2
procent op jaarbasis
— Gemiddelde directe retailkredieten namen af met $111 miljoen, of 3,8
procent op jaarbasis
— Gemiddelde indirecte leningen namen af met $110 miljoen, of 2,6
procent op jaarbasis

— Gemiddelde deposito’s bedroegen $157,7 miljard, vergeleken met $157,1
miljard voor het eerste kwartaal van 2018

— De gemiddelde niet-rentedragende deposito’s groeiden met $567
miljoen, of 4,3 procent op jaarbasis
— Gemiddelde niet-rentedragende deposito’s stonden voor 34,2 procent
van de totale deposito’s, vergeleken met 34,0 procent in het
voorgaande kwartaal
— De gemiddelde kosten van rentedragende deposito’s bedroegen 0,57
procent, een stijging van 11 basispunten

— Kwaliteit van activa blijft uitstekend

— Niet-presterende leningen vormden 0,38 procent van de voor
investeringen aangehouden leningen, een daling van vier basispunten
ten opzichte van het eerste kwartaal van 2018
— Leningen 90 dagen of meer achterstallig en nog steeds groeiend
bedroegen 0,30 procent van de voor investeringen aangehouden
leningen, vergeleken met 0,34 procent in het voorgaande kwartaal
— Netto afschrijvingen vormden 0,30 procent van gemiddelde leningen en
leases, een daling van 11 basispunten
— De reservering voor de dekkingsratio van leningsverlies was 2,74
maal niet-presterende leningen die voor investeringen werden
aangehouden, vergeleken met 2,49 maal in het voorgaande kwartaal
— De reservering voor lenings- en leaseverliezen was 1,05 procent van
de leningen aangehouden voor investeringen, ongewijzigd ten opzichte
van het voorgaande kwartaal

— Kapitaalniveaus bleven over het geheel sterk

— Tier 1 kernkapitaal ten opzichte van risicogewogen activa bedroeg
10,2 procent
— Tier 1 risicogebaseerd kapitaal bedroeg 11,9 procent
— Totaal kapitaal bedroeg 13,9 procent
— Leverage kapitaal bedroeg 10,0 procent


Presentatie resultaten en samenvatting kwartaalprestaties

Als u wilt luisteren naar de live conference call over de resultaten van BBT in het tweede kwartaal van 2018, vandaag om 8 uur ‘s ochtends (ET), belt u 866-519-2796 en voert u de deelnemerscode 876127 in. Tijdens de conference call over de resultaten wordt een presentatie gebruikt die daarna ook beschikbaar is op onze website op https://bbt.investorroom.com/webcasts-and-presentations. De conference call kan gedurende 30 dagen worden afgeluisterd via het telefoonnummer 888-203-1112 (toegangscode 6326592).

De presentatie, inclusief een bijlage voor harmonisatie van niet-GAAP-verklaringen, vindt u op https://bbt.investorroom.com/webcasts-and-presentations. De samenvatting van de kwartaalprestaties van BBT in het tweede kwartaal van 2018, die gedetailleerde financiële gegevens bevat, is beschikbaar op de website van BBT op https://bbt.investorroom.com/quarterly-earnings [https://bbt.investorroom.com/quarterly-earnings].

Over BBT

Per 30 juni 2018 is BBT een van de grootste holdingmaatschappijen in de financiële dienstverlening van de Verenigde Staten met $222,7 miljard aan activa en een marktkapitalisatie van ongeveer $39,1 miljard. Het fundament van BBT is een lange traditie van uitstekende dienstverlening in de banksector, en BBT biedt een breed scala aan financiële services, waaronder bankdiensten voor de detailhandel en zakelijke bankdiensten, investeringen, verzekering, vermogensbeheer, activumbeheer, hypotheken, bankdiensten voor grotere ondernemingen, kapitaalmarkten en gespecialiseerde leningen. BBT is gevestigd in Winston-Salem, North Carolina, en is actief in meer dan 1.900 financiële centra in 15 staten en Washington, D.C. Het bedrijf wordt als bank voor het midden- en kleinbedrijf stelselmatig erkend voor uitstekende klantenservice door de Greenwich Associates. Kijk voor meer informatie over BBT en haar producten en diensten op BBT.com.

Kapitaalratio’s zijn voorlopig.

Dit persbericht bevat financiële informatie en prestatiemaatstaven die niet zijn bepaald in overeenstemming met de algemeen aanvaarde boekhoudkundige principes (“GAAP”) in de Verenigde Staten. Het management van BBT gebruikt deze “niet-GAAP”-maatstaven in de analyse van de prestaties van het Bedrijf en de efficiëntie van de activiteiten. Het management denkt dat deze niet-GAAP-maatstaven een beter inzicht bieden in de lopende bedrijfsactiviteiten, de vergelijkbaarheid verbeteren van resultaten in voorgaande perioden en daarnaast de effecten aantonen van de aanzienlijke posten in de huidige periode. Het Bedrijf denkt dat het voor een betekenisvolle analyse van haar financiële prestaties nodig is de factoren te begrijpen die ten grondslag liggen aan die prestaties. Het management van BBT denkt dat voor investeerders deze financiële niet-GAAP-maatstaven bruikbaar zijn. Deze informatie dient niet te worden beschouwd als een vervanging voor de financiële maatstaven die zijn bepaald in overeenstemming met GAAP, noch is deze per definitie vergelijkbaar met de niet-GAAP-prestatiemaatstaven die mogelijk worden gepresenteerd door andere bedrijven. Hieronder volgt een lijst van de soorten niet-GAAP-maatstaven die in dit persbericht worden gehanteerd:


— De aangepaste efficiëntieratio is een niet-GAAP-maatstaf in de zin dat
deze winsten (verliezen) op effecten, afschrijving van immateriële
activa, fusiegerelateerde kosten, reorganisatiekosten en andere
geselecteerde posten buiten beschouwing laat. Het management van BBT
hanteert deze maatstaf in haar analyse van de prestaties van het
Bedrijf. Het management van BBT gelooft dat deze maatstaf een beter
inzicht verschaft in de lopende activiteiten en de vergelijkbaarheid
vergroot van de resultaten in voorliggende perioden, en daarnaast de
effecten van de aanzienlijke baten en lasten aantoont.
— Actief aandelenkapitaal en gerelateerde kapitaalratio’s zijn
niet-GAAP-maatstaven die de impact van immateriële activa en daaraan
gerelateerde afschrijving buiten beschouwing laten. Deze maatstaven zijn
nuttig voor de consistente evaluatie van de bedrijfsprestaties, ongeacht
of het gaat om overgenomen of intern ontwikkelde activiteiten. Het
management van BBT hanteert deze maatstaven om de kwaliteit van het
kapitaal en het rendement ten opzichte van het balansrisico te
beoordelen en denkt dat investeerders deze nuttig kunnen vinden bij hun
analyse van het Bedrijf.
— De netto kernrentemarge is een niet-GAAP-maatstaf die de netto
rentemarge bijstelt om de effecten van de verantwoording van aankopen
uit te sluiten. Het rente-inkomen en de gemiddelde balansen voor
PCI-leningen zijn in hun geheel uitgesloten, aangezien de verantwoording
van deze leningen kan resulteren in aanzienlijke en ongebruikelijke
trends in rendementen. De verantwoordingen van aankooprekeningen en
gerelateerde afschrijvingen voor a) effecten verkregen van de FDIC in
verband met de overname van Colonial en b) niet-PCI-leningen, deposito’s
en langetermijnschulden overgenomen van Susquehanna en National Penn
zijn uitgesloten om hun rendementen in te schatten tegen tarieven
geldend voorafgaand aan de overname. Het management van BBT gelooft dat
de aanpassingen van de berekening van de netto rentemarge voor bepaalde
verkregen activa en passiva investeerders nuttige informatie verschaffen
over de relatieve prestatie van de winstgevende activa van BBT.
— De aangepaste verwaterde winst per aandeel is een niet-GAAP-maatstaf, in
de zin dat fusiegerelateerde kosten, reorganisatiekosten en andere
geselecteerde posten zijn uitgesloten, na aftrek van belastingen. Het
management van BBT hanteert deze maatstaf in haar analyse van de
prestaties van het Bedrijf. Het management van BBT gelooft dat deze
maatstaf een beter inzicht verschaft in de lopende activiteiten en de
vergelijkbaarheid vergroot van de resultaten in voorliggende perioden,
en daarnaast de effecten van de aanzienlijke baten en lasten aantoont.
— De aangepaste operationele leverage ratio is een niet-GAAP-maatstaf in
de zin dat deze winsten (verliezen) op effecten, afschrijving van
immateriële activa, fusiegerelateerde kosten, reorganisatiekosten en
andere geselecteerde posten buiten beschouwing laat. Het management van
BBT hanteert deze maatstaf in haar analyse van de prestaties van het
Bedrijf. Het management van BBT gelooft dat deze maatstaf een beter
inzicht verschaft in de lopende activiteiten en de vergelijkbaarheid
vergroot van de resultaten in voorliggende perioden, en daarnaast de
effecten van de aanzienlijke baten en lasten aantoont.
— De aangepaste prestatieratio’s zijn niet-GAAP-maatstaven in de zin dat
fusiegerelateerde kosten en reorganisatiekosten en, in het geval van
rendement op het gemiddelde kernkapitaal van de normale aandeelhouders,
afschrijvingen van immateriële activa zijn uitgesloten. Het management
van BBT hanteert deze maatstaven in haar analyse van de prestaties van
het Bedrijf. Het management van BBT gelooft dat deze maatstaven een
beter inzicht verschaffen in de lopende activiteiten en de
vergelijkbaarheid vergroten van de resultaten in voorliggende perioden,
en daarnaast de effecten van de aanzienlijke baten en lasten aantonen.
Een harmonisatie van deze niet-GAAP-maatstaven met de meest vergelijkbare GAAP-maatstaven is te vinden in het overzicht van BBT’s prestaties in het tweede kwartaal van 2018, dat is te vinden op https://bbt.investorroom.com/quarterly-earnings [https://bbt.investorroom.com/quarterly-earnings] .

Dit persbericht bevat “uitspraken over verwachtingen voor de toekomst”, in de zin van de ‘Private Securities Litigation Reform Act’ van 1995, aangaande de financiële situatie, resultaten van de bedrijfsactiviteiten, bedrijfsplannen en toekomstige prestaties van BBT. Uitspraken over verwachtingen voor de toekomst zijn niet gebaseerd op historische feiten, maar in plaats daarvan op overtuigingen en aannames van het management met betrekking tot de activiteiten van BBT, de economie en andere toekomstige omstandigheden. Omdat uitspraken over verwachtingen betrekking hebben op de toekomst, zijn die onderworpen aan inherente onzekerheden, risico’s en wijzigingen in omstandigheden die moeilijk te voorspellen zijn. De daadwerkelijke resultaten van BBT kunnen wezenlijk afwijken van de resultaten die worden overwogen in uitspraken over verwachtingen voor de toekomst. Termen als “anticipeert”, “denkt”, “schat”, “verwacht”, “voorspelt”, “bedoelt”, “plant”, “projecteert”, “kan”, “zal”, “moet”, “kon” en andere vergelijkbare uitdrukkingen zijn bedoeld om deze voorspellende verklaringen te identificeren. Dergelijke verklaringen zijn onderhevig aan factoren die ertoe kunnen leiden dat de daadwerkelijke resultaten wezenlijk verschillen van de verwachte resultaten. Ook al bestaat er geen garantie dat een opsomming van risico’s en onzekerheden of risicofactoren compleet is, volgt hier een lijst van belangrijke factoren die ertoe kunnen leiden dat daadwerkelijke resultaten wezenlijk afwijken van de resultaten die worden gepresenteerd in de uitspraken over verwachtingen voor de toekomst, zonder beperking, alsmede de risico’s en onzekerheden die tot in detail worden besproken onder “Item 1A-Risk Factors” in ons jaarverslag op Formulier 10-K voor het jaar dat eindigde op 31 december 2017 en in stukken die BBT daarna nog heeft ingediend bij de Securities and Exchange Commission:


— algemene economische of zakelijke omstandigheden, hetzij nationaal,
hetzij regionaal, kunnen minder gunstig zijn dan verwacht, wat, onder
meer, kan resulteren in lagere deposito’s en/of activumgroei en een
achteruitgang van de kredietkwaliteit en/of een teruglopende vraag naar
krediet, verzekeringen en andere diensten;
— verstoringen in de nationale of wereldwijde financiële markten,
inclusief de impact van een downgrade van obligaties van de Amerikaanse
overheid door een van de kredietbeoordelaars, de economische
instabiliteit en recessieomstandigheden in Europa en het uiteindelijke
vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie;
— veranderingen in het renteklimaat, inclusief wijzigingen in het
rentetarief door de Federal Reserve, samen met herbeoordelingen van
cashflows, kunnen mogelijk de netto rentemarges en/of de volumes en
waarde van leningen en deposito’s verminderen; hetzelfde geldt voor de
waarde van andere financiële activa en passiva;
— de concurrentiedruk tussen deposito- en andere financiële instellingen
kan aanzienlijk toenemen;
— veranderingen in wet- en regelgeving of boekhoudkundige veranderingen,
inclusief wijzigingen als gevolg van de goedkeuring en implementatie van
de Dodd-Frank Act, kunnen negatieve gevolgen hebben voor de
bedrijfstakken waarbinnen BBT actief is;
— lokale en nationale belastingdiensten en belastingdiensten op
staatsniveau kunnen belastingposities innemen die nadelig zijn voor
BBT;
— de kredietbeoordeling van BBT kan achteruit gaan;
— er kunnen nadelige veranderingen optreden op de effectenmarkten;
— concurrenten van BBT kunnen mogelijk meer financiële middelen hebben
of producten ontwikkelen die hen in staat stellen succesvoller te
concurreren dan BBT, en kunnen onderhevig zijn aan andere regelgeving
dan BBT;
— cyber-veiligheidsrisico’s kunnen de zakelijke en financiële prestaties
en reputatie van BBT negatief beïnvloeden, en BBT kan aansprakelijk
worden gesteld voor financiële verliezen waarmee derden te maken
krijgen als gevolg van inbreuk op gegevens die worden gedeeld onder
financiële instellingen;
— kosten hoger dan verwacht met betrekking tot de IT-infrastructuur of het
mislukken van de implementatie van toekomstige systeemuitbreidingen
kunnen negatieve gevolgen hebben voor de financiële toestand en
bedrijfsresultaten van BBT en kunnen leiden tot aanzienlijke extra
kosten voor BBT;
— natuurrampen en andere rampen, inclusief terroristische acties, kunnen
nadelige effecten hebben op BBT in die zin dat zulke gebeurtenissen de
bedrijfsactiviteiten van BBT wezenlijk kunnen verstoren en de
mogelijkheid of bereidheid van de klanten van BBT om een beroep te doen
op de financiële diensten van BBT nadelig kunnen beïnvloeden;
— kosten die te maken hebben met de integratie van de ondernemingen van
BBT en fusiepartners, kunnen groter uitvallen dan verwacht;
— het niet uitvoeren van de strategische of operationele plannen,
inclusief het vermogen om succesvol fusies en overnames te voltooien
en/of te integreren, of de verwachte bezuinigingen of omzetgroei in
verband met fusies en overnames te realiseren binnen het verwachte
tijdsbestek, kan een negatief effect hebben op de financiële toestand
en bedrijfsresultaten;
— gewichtige rechtszaken en regelgevingsprocedures kunnen een wezenlijk
negatieve uitwerking hebben op BBT;
— ongunstige oplossing van wettelijke procedures of andere claims en
onderzoeken door regelgevende instanties en andere overheidsinstellingen
of andere onderzoeken kunnen resulteren in negatieve publiciteit,
protesten, boetes, geldstraffen, beperkingen van de activiteiten van
BBT of het vermogen van het bedrijf om de activiteiten uit te breiden
en andere negatieve consequenties, hetgeen allemaal de reputatie kan
schaden en negatieve gevolgen kan hebben voor de financiële
omstandigheden en bedrijfsresultaten van BBT;
— risico’s voortkomend uit het uitvoerige gebruik van modellen;
— maatregelen op het gebied van risicomanagement zijn mogelijk niet
volledig effectief;
— afname van deposito’s door natuurlijk verloop, klantverlies en/of
inkomstenverlies als gevolg van voltooide fusies en overnames kan groter
zijn dan verwacht; en
— wijdverspreide systeemonderbrekingen, veroorzaakt door storingen in
kritieke interne systemen of kritieke diensten verleend door derden,
kunnen een negatief gevolg hebben voor de financiële omstandigheden en
bedrijfsresultaten van BBT.
Lezers wordt aangeraden niet bovenmatig te vertrouwen op deze uitspraken over verwachtingen voor de toekomst, die uitsluitend geldig zijn op de datum van dit rapport. Daadwerkelijke resultaten kunnen wezenlijk verschillen van de resultaten die expliciet of impliciet worden voorspeld in uitspraken over verwachtingen voor de toekomst. Behalve voor zover vereist door toepasselijke wet- en regelgeving, is BBT niet verantwoordelijk voor het herzien of actualiseren van enige uitspraken over verwachtingen voor de toekomst om welke reden dan ook.

CONTACT: ANALISTEN, Alan Greer, Executive Vice President, Investor Relations, (336) 733-3021; Richard Baytosh, Senior Vice President, Investor Relations, (336) 733-0732; MEDIA, Brian Davis, Senior Vice President, Corporate Communications, Media@BBT.com

Web site: http://www.bbt.com/

Nederlanders onderschatten kosten levensonderhoud na pensionering

0

Pensioengat slaat hard toe bij gepensioneerden, zo blijkt uit onderzoek van Schroders

Onderzoek: Nederlanders onderschatten de kosten van levensonderhoud na pensionering sterk

Nederlanders zijn geneigd de kosten van levensonderhoud na pensionering fors te onderschatten: degenen die de pensioenleeftijd naderen, verwachten gemiddeld 38% van hun pensioeninkomen aan eerste levensbehoeften[1]te besteden, maar in werkelijkheid geven gepensioneerden er meer dan 52% aan uit. 

Volgens de Global Investor Study 2018 van Schroders bestaat er in Nederland een flinke kloof tussen de verwachtingen van de niet-gepensioneerden en de financiële werkelijkheid van de gepensioneerden. 

Gepensioneerden hebben ook een lager inkomen dan wat mensen die de pensioenleeftijd naderen, verwachten straks nodig te hebben om comfortabel van te leven. Uit het onderzoek – waarin meer dan 22.000 mensen uit 30 landen werden ondervraagd [2]  – blijkt dat nog werkenden in Nederland verwachten gemiddeld 75% van hun huidige salaris of inkomen nodig te hebben om echt comfortabel te leven, terwijl gepensioneerden in werkelijkheid gemiddeld 69% ontvangen: een duidelijk bewijs dat het pensioengat echt bestaat. Het gat is echter een stuk kleiner dan elders in Europa. In België bijvoorbeeld verwachten nog niet gepensioneerden 75% van hun huidige inkomen nodig te hebben, terwijl gepensioneerden in werkelijkheid maar 54% hiervan ontvangen.

Van de verwachtingen van de nog niet gepensioneerde Nederlanders, zoals een tweede huis kopen (wens van 5%) of investeren in vastgoed om te verhuren (bij 7% van de ondervraagden), komt in werkelijkheid vrijwel niets terecht. Volgens het onderzoek geven Nederlanders wanneer ze uiteindelijk gepensioneerd zijn, daar hoegenaamd geen geld aan uit, vermoedelijk omdat er de andere kosten tegenvallen en er niets voor overblijft. 

Never mind the gap

Ondanks dit pensioengat blijken Nederlandse gepensioneerden relatief tevreden afgezet tegen Europa, want maar liefst 60% geeft aan dat ze voldoende inkomen hebben om comfortabel te leven. Dat is bijna twee keer zoveel als het aantal Belgen dat deze vraag positief beantwoordde, slechts 33%. Aan de positieve kant vallen de Denen op: met 64% zijn zij nog meer tevreden dan de Nederlanders met wat hun pensioeninkomsten.

Aan de andere kant van het spectrum geeft 7% van de Nederlanders aan dat ze niet genoeg hebben om comfortabel te leven, terwijl 34% zegt wel wat meer te kunnen gebruiken. In vergelijking daarmee is het aantal mensen dat niet tevreden is met hun inkomen in heel Europa gemiddeld twee keer zo hoog als in Nederland. België kent zelfs een extreem hoog aantal mensen dat zegt niet genoeg te hebben om comfortabel van te leven. Dit geldt voor maar liefst 30%, een percentage dat de Oost-Europese cijfers benadert. 

Nederlanders zien het aflossen van de hypotheek als grootste prioriteit (na het voorzien in hun eigen levensonderhoud met 33%) tijdens hun pensioen. Ongeveer 11% van het totale bedrag dat beschikbaar is (pensioen, spaargeld en ander liquide vermogen) zal naar verwachting van de nog niet gepensioneerden opgaan aan aflossen van de hypotheek. In de praktijk blijkt dit overigens maar 7% te zijn, als men daadwerkelijk gepensioneerd is. 

Hein Kuijpers, Head of Intermediary Netherlands, concludeert: 

“Het pensioengat, waarover zoveel te doen is, blijkt daadwerkelijk te bestaan, maar daarbij speelt een te optimistische inschatting een grote rol. Er bestaat een reëel risico dat mensen onderschatten hoeveel van hun pensioeninkomen ze nodig zullen hebben voor de kosten van levensonderhoud en hoeveel geld ze nodig hebben om na hun pensioen comfortabel te leven, zeker nu de rendementen op spaargeld en beleggingen zo laag zijn en de inflatie oploopt.

Er is geen toverformule. Om te voorkomen dat de toekomstige generaties na hun werkzame levens krap bij kas komen te zitten, zullen mensen het belang ervan moeten inzien om zo jong mogelijk te beginnen om geld apart te zetten.

Wie tot zijn vijftigste of zestigste wacht, is te laat om dit tekort aan te vullen. Het is aan te raden om een plan op te stellen en advies in te winnen van een adviseur.” 

Het volledige verslag van de Schroders Global Investor Study 2018, “Sparen voor een comfortabel pensioen”, kunt u vinden op www.schroders.nl/gis

[1]Dagelijkse uitgaven zoals voeding, kleding en huur/hypotheek.

[2]In opdracht van Schroders voerde Research Plus Ltd in april 2018 een onafhankelijk online onderzoek uit onder meer dan 20.000 mensen die beleggen uit 30 landen in alle delen van de wereld waaronder Australië, Brazilië, Canada, China, Duitsland, Frankrijk, India, Italië, Japan, Nederland, België, Spanje, het VK en de VS. “Mensen” wordt in dit onderzoek gedefinieerd als mensen die de komende 12 maanden minstens €10.000 (of het equivalent daarvan) willen beleggen en die de laatste 10 jaar veranderingen in hun beleggingen hebben aangebracht.

 

KoopkansKaart toont huizenkopers waar zij nog kans maken

0

HypotheekBerekenen.nl onderzocht alle gemeenten in Nederland en toont de beste gebieden om een huis te kopen.

Starters en andere huizenkopers hebben het lastig. Het aanbod op de woningmarkt lijkt opgedroogd en de gemiddelde huizenprijs ligt hoger dan ooit. Toch zijn er nog mogelijkheden, zo toont de KoopkansKaart van HypotheekBerekenen.nl aan. Het platform deed onderzoek naar de woningmarkt in alle gemeenten en ontwikkelde een tool die consumenten helpt de kans op een koophuis sterk te vergroten, zelfs in de buurt bij de grote steden.

“We merken dat veel huizenkopers vooral de algemene berichtgeving in de media in de gaten houden. Ze horen dat het aanbod snel afneemt en dat de prijzen de pan uit rijzen. Dat is inderdaad het algemene beeld, maar het zijn de verborgen pareltjes die de moeite waard zijn. Die willen we met de KoopKanskaart graag heel duidelijk in beeld brengen,” aldus dhr D. van Zelm, eigenaar van online platform HypotheekBerekenen.nl.

Het platform deed onderzoek naar de huizenprijzen, het woningaanbod, het aantal verkopen en de aanwezigheid van een Starterslening in alle Nederlandse gemeenten. Op basis daarvan is de KoopkansKaart ontwikkeld. Die toont gebruikers de Koopkans, variërend van Zeer Goed tot Zeer Slecht. Bovendien hebben gebruikers de mogelijkheid om de Koopkans per inkomensgroep op te vragen, voor een zo persoonlijk mogelijk overzicht.

Uit de resultaten blijkt dat consumenten de laagste Koopkans hebben in Bloemendaal, waar de gemiddelde huizenprijs maar liefst 775.770 bedraagt. Ook in Laren, Blaricum, Wassenaar en Heemstede is het moeilijk om een eigen huis te kopen. Andersom is de Koopkans in Delfzijl het grootst en bieden ook Oldamt, De Marne, Brunssum en Heerlen veel kansen voor huizenkopers.

De KoopkansKaart maakt tenslotte inzichtelijk hoe er zelfs rondom de grote steden kansen bestaan om een eigen huis te kopen. Rondom Amsterdam zijn er mogelijkheden in Purmerend, Almere en Lelystad. Bij Rotterdam kunnen kopers hun slag slaan in Schiedam, Vlaardingen of Maassluis en rondom Den Haag lukt dat in Rijswijk, Delft en Zoetermeer het best. Kopers bij Utrecht kunnen het best zoeken in Nieuwegein, IJsselstein en in Lopik. Consumenten kunnen de KoopkansKaart zelf raadplegen op de site van HypotheekBerekenen.nl (https://hypotheekberekenen.nl/koopkansen).

Over HypotheekBerekenen.nl
HypotheekBerekenen.nl is het online hypotheekplatform van de landelijke organisatie. Met een netwerk van ruim 1.800 ervaren adviseurs die bij klanten thuis langskomen en daardoor dure huisvestingskosten besparen. Het platform biedt consumenten belangrijke hypotheekinformatie en brengt hen in contact met een adviseur die bij hen langs kan komen. 

https://hypotheekberekenen.nl/
https://hypotheekberekenen.nl/koopkansen

Kans op nieuwe recessie in 2020

0

Euler Hermes is wereldmarktleider op het gebied van kredietverzekeringen en een van de leiders op het gebied van (bank)garanties en incasso. Met ruim 100 jaar ervaring en 6000 medewerkers in meer dan 50 landen biedt Euler Hermes een uitgebreide dienstverlening aan B-to-B klanten in zowel klein-, midden- en grootbedrijf als multinationals, die hun debiteuren willen verzekeren. De groep heeft in 2017 een omzet van €2.6 miljard geboekt.

Euler Hermes heeft een credit intelligence netwerk ontwikkeld om de financiële stabiliteit van meer dan 40 miljoen bedrijven te analyseren. De groep heeft in 2017 in totaal €894 miljard transacties beschermd.

Euler Hermes, dochtermaatschappij van Allianz, is genoteerd aan NYSE Euronext Parijs. Euler Hermes heeft een AA rating van Standard Poor’s en Aa3 van Moody’s.

Meer informatie: www.eulerhermes.nl of twitter @EulerHermesNL

————————————————————————————————

Cautionary note regarding forward-looking statements: The statements contained herein may include statements of future expectations and other forward-looking statements that are based on management’s current views and assumptions and involve known and unknown risks and uncertainties that could cause actual results, performance or events to differ materially from those expressed or implied in such statements. In addition to statements which are forward-looking by reason of context, the words “may”, “will”, “should”, “expects”, “plans”, “intends”, “anticipates”, “believes”, “estimates”, “predicts”, “potential”, or “continue” and similar expressions identify forward-looking statements. Actual results, performance or events may differ materially from those in such statements due to, without limitation, (i) general economic conditions, including in particular economic conditions in the Euler Hermes Group’s core business and core markets, (ii) performance of financial markets, including emerging markets, and including market volatility, liquidity and credit events (iii) the frequency and severity of insured loss events, including from natural catastrophes and including the development of loss expenses, (iv) persistency levels, (v) the extent of credit defaults, (vi) interest rate levels, (vii) currency exchange rates including the Euro/U.S. Dollar exchange rate, (viii) changing levels of competition, (ix) changes in laws and regulations, including monetary convergence and the European Monetary Union, (x) changes in the policies of central banks and/or foreign governments, (xi) the impact of acquisitions, including related integration issues, (xii) reorganization measures, and (xiii) general competitive factors, in each case on a local, regional, national and/or global basis. Many of these factors may be more likely to occur, or more pronounced, as a result of terrorist activities and their consequences. The company assumes no obligation to update any forward-looking statement.

Highland Capital Management Kondigt Lancering aan van Speciaal CLO UCITS Fonds

0

De specialist in gestructureerd krediet biedt Europese investeerders gerichte toegang tot leningen met variabele rentevoet met het Highland Flexible Income UCITS Fund

DALLAS, 11 juni 2018 /PRNewswire/ — Highland Capital Management, L.P., een internationale beheerder van alternatieve beleggingsfondsen, kondigt de lancering aan van het Highland Flexible Income UCITS Fund, een in Ierland gevestigd fonds dat gericht is op zekergestelde leenobligaties (collateralized loan obligations of CLO’s). Als innovator in gestructureerd krediet verbetert Highland met het nieuwe fonds zijn serie alternatieve kredieten en breidt het de markt uit onder Europese investeerders.

https://mma.prnewswire.com/media/345688/highland_capital_management__logo.jpg [https://mma.prnewswire.com/media/345688/highland_capital_management__logo.jpg]

“Het verbeteren en uitbreiden van toegang tot de kredietmarkt voor leningen met variabele rente zit in Highland’s DNA, en dit fonds is hiervan het nieuwste bewijs,” aldus Mark Okada, medeoprichter en co-chief investment officer (CIO) van Highland Capital Management. “Het UCITS raamwerk levert investeerders een aantal voordelen op, en Highland’s kennis van gestructureerd krediet en ervaring in kredietbeheer en CLO portfolio’s in liquiditeitsgedreven instellingen maken ons bij uitstek geschikt voor het uitvoeren van deze strategie.”

Onder toezicht van dhr. Okada, samen met Highland partner en co-CIO Trey Parker en Neil Desai, managing director en structured products portfolio manager, biedt het fonds gerichte toegang tot kredieten met variabele rentevoet via CLO tranches. Highland heeft het product ontwikkeld om tegemoet te komen aan de groeiende vraag naar variabele-rentestrategieën onder Europese investeerders. Dergelijke strategieën zijn relatief ongebruikelijk binnen het grotere UCITS vastrentende universum, waardoor investeerders gedwongen worden tot meer duration-gevoelige strategieën voor inkomstenvoorziening. Het fonds, dat beoogt hoge inkomsten te genereren met de mogelijkheid tot incrementeel rendement door middel van vermogensgroei, biedt daarmee een waardevolle optie voor beleggers die naar lopende opbrengsten streven in een tijd waarin renterisico’s een bron van toenemende zorg zijn.

De basisrentetarieven bij CLO’s worden ieder kwartaal aangepast, waardoor het renterisico beheerst wordt. Tevens bieden CLO’s vaak een hoger rendement dan dat van kredietinstrumenten met vergelijkbare tarieven, deels dankzij de relatief hoge complexiteit. De duurzame opbrengst die de CLO-structuur biedt is aantrekkelijk voor investeerders die op zoek zijn naar stabiel inkomen zonder in te leveren op kredietkwaliteit.

Het fonds investeert in gestructureerde producten binnen de V.S. en Europa middels een combinatie van fundamentele kwetsbaarheidsanalyse en dynamische verdeling over rating-categorieën. Het portfolio bestaat hoofdzakelijk uit beproefde, investeringswaardige CLO schuldbewijzen van hoge kwaliteit, met een nadruk op minimaal kredietrisico –een belangrijke overweging op dit punt van de kredietcyclus.

Het Highland Flexible Income UCITS Fund wordt gehost op het Montlake UCITS Platform, een gerenommeerd, onafhankelijk platform voor UCITS fondsen dat investeerders toegang biedt tot een reeks liquide, transparante en gereguleerde investeringsproducten vanuit Dublin.

Highland heeft Bury Street Capital aangesteld, een in Londen gevestigde firma op het gebied van kapitaaluitbreiding, om hen te vertegenwoordigen binnen het V.K., op het Europees continent en in het Midden-Oosten. Bury Street zal als zodanig optreden als distributeur van het UCITS fonds.

Highland beheert secundaire CLO investeringen in een aantal belegginsinstellingen, waaronder beleggingsfondsen, particuliere fondsen en betaalrekeningen.

Over Highland Capital Management, L.P.

Highland Capital Management, L.P. is een internationale alternatieve vermogensbeheerder met miljarden dollars aan kapitaal, opgericht in 1993 door Jim Dondero en Mark Okada. Het pionierde op de markt voor leningen met hefboomwerking en heeft zich in 25 jaar tijd ontwikkeld door het opbouwen van kredietexpertise en een op waarde gebaseerde aanpak tot beheerder in ook andere vermogenscategorieën. Tegenwoordig werkt Highland als platform in diverse investerings- categorieën voor zowel institutionele als particuliere beleggers over de gehele wereld. Naast “high yield”- krediet omvat het investeringsvermogen van Highland’s tevens overheidsaandelen, vastgoed, particulier vermogen en speciale situaties, gestructureerde kredieten en sector- en regiospecifieke verticale producten gebouwd rond gespecialiseerde teams. Highland heeft zijn hoofdzetel in Dallas, Texas en heeft kantoren in New York, Buenos Aires, São Paulo, Singapore en Seoul. Ga voor meer informatie naar highlandcapital.com [https://www.highlandcapital.com/].

MEDIACONTACTEN: Lucy Bannon | +1 (972) 419-6272 | lbannon@highlandcapital.com [mailto:lbannon@highlandcapital.com]

Logo – https://mma.prnewswire.com/media/345688/highland_capital_management__logo.jpg [https://mma.prnewswire.com/media/345688/highland_capital_management__logo.jpg]

Web site: https://www.highlandcapital.com/

Digital Realty Publiceert Rapport over Waarde Data-Economie voor G7-Landen

0

Uit bevindingen blijkt dat data jaarlijks $1,7 biljoen bijdragen aan de G7

Eerste rapport onderstreept het cruciale belang van data in het stimuleren van wereldwijde welvaart

LONDEN, 9 juni 2018 /PRNewswire/ — Digital Realty , een toonaangevende wereldwijde leverancier van oplossingen op het gebied van data centres, colocatie en interconnectie, heeft vandaag de bevindingen bekendgemaakt uit ‘The Data Economy Report’, een eerste, unieke en complete evaluatie van de economische bijdrage die data leveren aan de G7- landen. Het rapport belicht de waarde van data in de digitale economie van vandaag, en toont de noodzaak van investeringen in talent en infrastructuur om het volle potentieel van nieuwe werkgelegenheid en bedrijfsgroei in de G7 te ontsluiten.

Belangrijkste punten en snelle feiten uit het rapport onder meer:


— Waarde. Data voegen meer dan $1,7 biljoen toe aan de zeven rijkste
economieën ter wereld. Op zelfstandige basis zou de waarde van data in
de G7 gelijkstaan aan die van de tiende grootste economie ter wereld,
nog boven Canada, Zuid-Korea en Rusland.
— Investering. Er is aanzienlijke waarde te behalen uit voortdurende
investeringen in data, van directe investering in de fysieke
infrastructuur van datacentres en verbindingen tot de bredere behoeften
van gekwalificeerde werknemers.
— Top van Landen. Gemeten naar efficiënte besparingen,
productiviteitsverbetering en creatie van banen, draagt de data-economie
bij per land:

— ruim $1 biljoen aan de economie van de Verenigde Staten per jaar(1)
— $219 miljard in Japan
— $126 miljard in Duitsland
— $105 miljard in het Verenigd Koninkrijk(2)
— Groeipotentieel. Het VK extraheert momenteel 58% uit de volle
potentiële waarde van zijn data, terwijl Duitsland 55% extraheert uit
de volle potentiële waarde, ondanks dat het land kan bogen op een
grotere data-economie.

— Het vermogen van deze landen om hun data-economie te monetariseren
wordt tot nu toe enigszins beperkt door de behoefte aan talent en
opleiding van werknemers in dataverzameling en -analyse.
— Infrastructuur. Essentiële infrastructuur, zoals
internetconnectiviteit en data centres voor de opslag, verwerking en
transmissie van data over de hele wereld, is van cruciaal belang bij de
ondersteuning van de data-economie. Zo voegt ieder nieuw data centre in
het VK een waarde van $582 miljoen toe aan de nationale economie.
“Wereldwijd bevindt de data-centre-industrie zich in een unieke voorhoedepositie bij groei-initiatieven en ontwikkelingskansen voor onze economie en samenleving,” aldus de Chief Executive Officer van Digital Realty, A. William Stein. “De zich ontwikkelende data-economie creëert aanzienlijke kansen voor bedrijven over de hele wereld om economische groei te genereren en meer werkgelegenheid te scheppen. Onze bevindingen tonen aan dat wij door middel van samenwerking tussen de openbare en particuliere sector gebruik kunnen maken van dit cruciale moment in onze geschiedenis om het volle potentieel van data aan te wenden voor wereldwijde economische groei. Het is nu tijd voor een hernieuwde focus op investering in innovatieve technologieën, in relevante opleiding van werknemers, RD en digitale infrastructuur.”

Managing Director van Digital Realty EMEA, Rob Coupland, voegt toe: “De data centre-industrie is van groot belang bij het inspelen op de kansen die worden gepresenteerd door de data-economie. Door veilige, betrouwbare en high-speed data centre oplossingen te bieden waarmee bedrijven kunnen groeien en economieën kunnen bloeien, hebben de spelers in deze industrie cruciale digitale fundamenten opgezet, die net zo belangrijk zijn als de fysieke infrastructuur van een land.”

Om The Data Economy Report 2018 te downloaden, ga naar:
www.digitalrealty.com/DataEconomy [http://www.digitalrealty.com/DataEconomy].

Voor meer informatie over Digital Realty’s EMEA Platform, ga naar:
www.digitalrealty.com/Data-Centers/Europe [http://www.digitalrealty.com/Data-Centers/Europe].

Over Digital Realty
Digital Realty ondersteunt de data centre-, colocatie- en interconnectie-strategieën van meer dan 2.300 bedrijven die deel uitmaken van hun veilige, netwerkrijke portefeuille van data centres over heel Noord-Amerika, Europa, Azië en Australië. Onder de klanten van Digital Realty bevinden zich lokale en internationale bedrijven van allerlei grootte, van cloud- en informatietechnologiediensten, communicatie- en sociale-netwerkbedrijven tot financiële dienstverleners, fabrikanten en leveranciers van energie, gezondheidszorg en consumentenproducten. https://www.digitalrealty.com/ [https://www.digitalrealty.com/]

Meer Informatie
Andrew P. Power
Chief Financial Officer
Digital Realty
415-738-6500

Perscontacten
Sue Jones
VP, Marketing
Digital Realty
+44 203 873 0145
s.jones@digitalrealty.com [mailto:s.jones@digitalrealty.com]

Elaine Hynes
Teneo Blue Rubicon
+44 20 7260 2778
+44 7917 165829

Safe Harbour-Verklaring
Dit persbericht bevat toekomstgerichte uitspraken die zijn gebaseerd op de huidige verwachtingen, voorspellingen en uitgangspunten; dit is verbonden aan risico’s en onzekerheden die ertoe zouden kunnen leiden dat de feitelijke gevolgen en resultaten aanzienlijk afwijken. Dit geldt onder meer voor uitspraken gerelateerd aan ‘The Data Economy Report’, het effect en potentieel van data op de economieën van landen en de verwachte voordelen van data centres voor de wereldeconomie en de data-economie. Deze risico’s en onzekerheden zijn onder meer de volgende: teruglopende vraag naar data centres of afnames in informatietechnologie-uitgaven; gedaalde verhuurtarieven, gestegen operationele kosten of verhoogde leegstandspercentages; toegenomen concurrentie dan wel toegenomen aanbod van data centre-ruimte; de geschiktheid van onze data centres en data centre-infrastructuur, vertragingen en storingen in de connectiviteit of stroomvoorziening, storingen of lekken in onze fysieke en informatie-beveiligingsinfrastructuur of -diensten; onze afhankelijkheid van belangrijke klanten, faillissement of insolventie van een belangrijke klant of een groot aantal kleinere klanten, wanbetaling of niet-verlenging van de huur door klanten; inbreuken op onze verplichtingen of beperkingen van onze klantcontracten; ons onvermogen om succesvol nieuwe panden en ontwikkelingsgebieden te ontwikkelen en te verhuren, en oponthoud dan wel onvoorziene kosten in de ontwikkeling van panden; de invloed van op dat moment heersende wereldwijde en lokale economische, krediet- en marktvoorwaarden; ons onvermogen om data centre ruimte te exploiteren die wij huren of onderhuren van een derde partij; tegenslag bij de verwerving of het gebruik van panden in buitenlandse rechtsgebieden; ons onvermogen om de beoogde voordelen te realiseren en verstoring van onze plannen en bedrijfsvoering, dan wel onbekende of voorwaardelijke verplichtingen met betrekking tot onze recente verwervingen; ons falen in een succesvolle integratie en inbedrijfstelling van door ons aangekochte of ontwikkelde panden of bedrijven; tegenslag bji het selecteren van nog aan te kopen panden en het afronden van verwervingen; risico’s verbonden aan joint venture investeringen, waaronder die ten gevolge van een gebrek aan controle over dergelijke investeringen; risico’s verbonden aan het aanwenden van schulden om onze bedrijfsactiviteiten te financieren, waaronder herfinanciering en risico’s op rentetarieven, het niet tijdig terugbetalen van onze schulden; negatieve veranderingen in onze credit ratings of verbreking van onze convenanten dan wel andere voorwaarden opgenomen in onze leenfaciliteiten en -overeenkomsten; ons onvermogen om de noodzakelijke financiering met eigen en vreemd vermogen te realiseren; onze afhankelijkheid van externe kapitaalbronnen; fluctuaties op de financiële markten en in wisselkoersen van vreemde valuta; negatieve ontwikkelingen in de economie of de vastgoedbranche in onze sector of de sectoren waaraan wij verkopen, waaronder risico’s met betrekking tot dalende vastgoedwaarden, waardeverminderingen en afnemende goodwill alsmede andere ontastbare waardverminderingsverliezen op vaste activa; ons onvermogen om onze groei effectief te sturen; verliezen die de waarde van onze verzekeringsdekking te boven gaan; milieu-aansprakelijkheid en risico’s met betrekking tot natuurrampen; ons onvermogen om de voor het bedrijf geldende regelgeving en voorschriften na te leven; ons onvermogen om onze status te behouden van Real Estate Investment Trust (REIT) ten behoeve van federale inkomstenbelastings-doeleinden; het niet slagen van een operationeel partnerschap om in aangemerkt te worden als partnerschap voor federale inkomstenbelastings-doeleinden; beperkingen van ons vermogen om deel te nemen aan bepaalde bedrijfsactiviteiten; wijzigingen in lokale, staats-, federale en internationale wetgeving en regulering, waaronder die welke van toepassing op belastingheffing; vastgoed- en ruimtelijkeordeningswetgeving; en stijgingen van belastingtarieven op onroerend goed. Voor een verdere lijst en beschrijving van dergelijke risico’s en onzekerheden, zie de rapporten en andere documentatie van het bedrijf bij de U.S. Securities and Exchange Commission, waaronder de jaarrapportage (Annual Report) op Form 10-K voor het jaar eindigend op 31 december 2017 en kwartaalrapportage (Quarterly Report) op Form 10-Q voor het kwartaal eindigend op 31 maart 2018. Het bedrijf wijst nadrukkelijk iedere intentie of verplichting af om enige toekomstgerichte uitspraken te actualiseren of te herzien, ook ten gevolge van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen dan wel om andere redenen.

Noot voor redacties:

Onderzoek t.b.v. The Data Economy Report en opstelling van het rapport vonden plaats tussen december 2017 en maart 2018.

Dit rapport werd gemaakt in opdracht van Digital Realty, het onderzoek en de creatie waren in handen van economie-consultancy Development Economics.

Alle gegevens zijn gebaseerd op data die compleet zijn tot eind 2016, de meest recente beschikbare dataset en eigen data van Development Economics.

(1) Gebaseerd op nationale rekeningen-data van de Wereldbank: https://data.worldbank.org/indicator/NY.GDP.MKTP.CD?end=2016start=1960view=chartyear_high_desc=true [https://data.worldbank.org/indicator/NY.GDP.MKTP.CD?end=2016start=1960view=chartyear_high_desc=true]

(2) Wisselkoers: 1 EUR = 1.16925 USD (XE.com, 04.06.18)

Web site: http://www.digitalrealtytrust.com/

VEH: NHG hypotheekgarantie is onnodig duur

0

Vereniging Eigen Huis: NHG hypotheekgarantie is onnodig duur

Amersfoort, 8 juni 2018 – De premie voor een hypotheek met Nationale Hypotheekgarantie (NHG) moet volgend jaar echt omlaag, vindt Vereniging Eigen Huis. Uit het jaarverslag van het Waarborgfonds Eigen Woning, de organisatie achter de NHG, blijkt dat de organisatie op alle vlakken de wind in de rug heeft. Het premie inkomen neemt nog sneller toe dan werd verwacht, het verzekeringsrisico neemt verder af en het aantal verliesdeclaraties daalt sterk. Het vermogen van het fonds is in 2017 met maar liefst € 134 miljoen toegenomen tot ruim € 1,1 miljard.

NHG vermogen in 10 jaar verdrievoudigd

Door de groei van het aantal hypotheken met NHG en de forse premie-inkomsten is het vermogen van het waarborgfonds sinds 2008 bijna verdrievoudigd. “Deze enorme vermogensgroei hield ook in 2017 aan en laat weer zien dat er voldoende ruimte is om de premie te verlagen”, zegt Rob Mulder, directeur Belangenbehartiging bij Vereniging Eigen Huis.

De kapitaalratio, een maatstaf die aangeeft in welke mate het Waarborgfonds in staat is verliesdeclaraties van mensen met een NHG-hypotheek op te vangen, is in tien jaar tijd niet zo gunstig geweest. Het weerstandsvermogen is met € 1,1 miljard historisch hoog.

NHG vaak te duur

Voor de NHG zekerheid betalen huizenkopers een premie van 1% over de afgesloten hypotheek . Deze premie moet de koper uit eigen middelen betalen, meefinancieren is niet mogelijk. Rob Mulder: “Op dit moment is NHG voor veel starters te duur. We horen regelmatig zij afzien van deze hypotheekzekerheid vanwege de hoge kosten”. Vereniging Eigen Huis wil dat de premie voor huizenkopers wordt verlaagd. In 2008 bedroeg de premie 0,45% en in 2006 0,28% van de hypotheeksom.

Verliesdeclaraties gehalveerd

Het aantal verliesdeclaraties van huiseigenaren die hun huis gedwongen moesten verkopen neemt steeds verder af. Ondanks het dalende schaderisico blijft de NHG premie tot op heden onverminderd hoog. Vorig jaar deden keerde NHG ruim € 48 miljoen uit aan 1.940 verliesdeclaraties van huiseigenaren. In 2016 werd nog € 105 miljoen uitgekeerd aan 3.182 huiseigenaren die door omstandigheden gedwongen hun huis met verlies moesten verkopen.

VEH en Consumentenbond:Volksbank herstelt teveel berekende boeterente

0

VEH en Consumentenbond: Volksbank herstelt teveel berekende boeterente

Amersfoort/Den Haag, 25 mei 2018 – De Volksbank gaat teveel betaalde boeterente terugbetalen aan klanten die voor 14 juli 2016 hun hypotheek vervroegd hebben afgelost. Daarvan is sprake zodra een klant bij zijn eigen bank kiest voor een nieuw rentecontract met een lagere hypotheekrente, of daarvoor overstapt naar een andere bank. De Volksbank gaat de boeterentes tot 14 juli 2011 opnieuw berekenen en teveel betaalde bedragen teruggeven. Dat heeft de bank de Consumentenbond en Vereniging Eigen Huis laten weten.

De Volksbank, die hypotheken verstrekt onder de merknamen SNS, RegioBank en BLG Wonen, gaat klanten zelf benaderen en informeren over de herstelbetalingen. Consumenten die na 14 juli 2011 een boeterente aan de bank hebben betaald maar daar inmiddels geen klant meer zijn, krijgen ook bericht. Mocht dit niet gebeuren, dan kunnen zij zich bij hun voormalige bank melden.

Passend en eerlijk

In gesprekken met de Consumentenbond en Vereniging Eigen Huis gaf de Volksbank aan dat zij na eigen onderzoek tot de conclusie kwam dat de berekening van de boeterentes beter had gekund.

De Volksbank heeft vervolgens een nieuwe berekeningswijze opgesteld die beide consumentenorganisaties passend en eerlijk vinden. Bart Combée, directeur Consumentenbond: ‘Dit is een goede regeling voor klanten van deze groep banken’.

Herstelbetalingen tot vijf jaar voor AFM-richtlijn

In maart 2017 kwam toezichthouder AFM met een leidraad die aangeeft hoe geldverstrekkers de boeterente moeten berekenen. Iedereen die zijn hypotheek na 14 juli 2016 heeft overgesloten, moet na een herberekening volgens deze richtlijn voor het teveel betaalde inmiddels zijn gecompenseerd.

De Volksbank is de eerste bank die ook boeterentes in een periode van vijf jaar voor de AFM-richtlijn opnieuw berekent en waar nodig herstelt. De bank past de nieuwe berekeningswijze toe op alle hypotheken die na 14 juli 2011 zijn overgesloten en waarvoor klanten een boeterente hebben betaald. “Wij roepen alle andere banken op om het voorbeeld van de Volksbank snel te volgen” zegt Nico Stolwijk, manager belangenbehartiging bij Vereniging Eigen Huis.

Juridische stappen

Tussen 2011 en 2016 sloten ongeveer 100.000 huiseigenaren hun hypotheek vervroegd over naar een lagere rente. Uit onderzoek van de Consumentenbond in 2017 bleek dat veel banken hun klanten in die tijd een te hoge boeterente in rekening brachten. Vereniging Eigen Huis en de Consumentenbond  deden daarop een moreel appel op alle banken om hun klanten daarvoor te compenseren. De Volksbank is tot nu toe de enige bank die hieraan gehoor geeft. De consumentenorganisaties roepen andere banken op om dit voorbeeld te volgen. Als dat niet gebeurt, overwegen zij juridische stappen. Onlangs kondigden beide consumentenorganisaties aan Delta Lloyd Bank te zullen dagvaarden.